Overdenking
Jubileumdienst 135-jarig bestaan Knobbelgemeente,
zondag 27 april 2025 om 10.00 uur in de bovenzaal van MFC ‘Aperloo’ op ’t Harde.
Bewerking van de uitgesproken preek over 2 Timotheüs 2:3b ‘…als een goed soldaat van Christus Jezus’, door dr. ds. Barend H. Weegink (predikant in Katwijk aan Zee en eerder in Heerde)
Gemeente van de Here Jezus Christus,
We hebben gelezen uit de brief van Paulus aan Timotheüs. Twee totaal verschillende mannen. Paulus, de rastheoloog en mannetjesputter, hij was een sterke persoonlijkheid maar ook een samenwerker. Op zijn reizen nam hij verschillende mensen mee. Zo ook Timotheüs, een zoon van een Joodse moeder en een Griekse vader, dus uit een gemengd huwelijk. Van zijn moeder Eunice en grootmoeder Loïs wordt verteld dat zij gelovigen zijn. En datzelfde ongeveinsde geloof woont ook in Timotheüs. Veinzen is ‘doen alsof’. Ongeveinsd is: doorleefd en echt. Timotheüs had geen spectaculaire bekering zoals Paulu
We hebben gelezen uit de brief van Paulus aan Timotheüs. Twee totaal verschillende mannen. Paulus, de rastheoloog en mannetjesputter, hij was een sterke persoonlijkheid maar ook een samenwerker. Op zijn reizen nam hij verschillende mensen mee. Zo ook Timotheüs, een zoon van een Joodse moeder en een Griekse vader, dus uit een gemengd huwelijk. Van zijn moeder Eunice en grootmoeder Loïs wordt verteld dat zij gelovigen zijn. En datzelfde ongeveinsde geloof woont ook in Timotheüs. Veinzen is ‘doen alsof’. Ongeveinsd is: doorleefd en echt. Timotheüs had geen spectaculaire bekering zoals Paulus, hij was meer tot geloof komen in de weg van de geleidelijkheid. Wij zouden zeggen: in de kerk geboren en op de zondagsschool geweest.
Wanneer je de woorden die Paulus aan hem schrijft op een rijtje zet, krijg je de indruk dat Timotheüs het wel nodig had dat Paulus hem aanspoort bij het werk van een evangelist dat hij moet doen. Als mensen je bekritiseren, dan kun je in onzekerheid raken. De jonge Timotheüs is nogal vreesachtig en laat zich snel intimideren, dan slaapt hij daar slecht van. Vandaar dat Paulus hem zegt: God heeft je niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid. Kom op Timotheüs, je kunt het. Neem je plek in en laat je niet de kaas van het brood eten! Jezus Christus maakt het waar, ook voor jou. Nu Paulus zelf in de gevangenis zit, wil hij zijn jonge leerling Timotheüs enkele instructies geven. Aan Christus heeft Paulus al zijn energie en krachten toegewijd. Hij is zelfs bereid om voor Hem zijn leven af te leggen. Dat gaat ook niet lang meer duren, schrijft hij. En nu roept hij TImotheüs tot diezelfde bereidheid op. Dit appèl klinkt vandaag ook u en jou en mij in de oren: Wees sterk in de genade van Christus, volhouden! Ga in Gods kracht.
Timotheüs’ werk lag onder schot. Dan kunnen er momenten komen – als ook vandaag in de kerk soms gebeurt bij jonge voorgangers – van aanvechting en twijfel aan je roeping: ben ik wel de juiste persoon? Kan ik dit wel? Heb ik het evangelie wel goed begrepen? Dan sluipt de knaagkever zomaar bij je binnen: is na de opstanding van Jezus alles wel echt anders geworden? Wat zie ik er eigenlijk van? Doet het verhaal het nog? De schare krimpt, kan het evangelie nog wel het verschil maken? Gemeente, ook voor ons is het Pasen geweest. We zongen zo mooi de liederen over de opstanding van Jezus en het nieuwe leven dat hierdoor mogelijk is. En dan toch is er zo vaak die terugval in het oude.
Deel in het lijden van Christus! Houd de opgestane en levende Here voor ogen! En hou vol! Lijden, ik zou het een beetje willen vertalen als: soms moet je de dingen incasseren die op je weg komen en heb je samen met anderen vooral je veerkracht te tonen. Je moet het ook een beetje lijden kunnen. Je krijgt allemaal van die ontberingen te doorstaan ter wille van Christus – dat is de verwachting van iemand die ten volle voor God wil leven.
Timotheüs, ‘als een goed soldaat van Christus’ moet je het doen. Paulus had bij die soldatentaal geen geweld in gedachten, het is niet dat je een verschrikkelijke vechtersbaas moet zijn en weet ik hoeveel drones door de lucht moet laten vliegen en neerkomen. Het gaat hem om de houding van een goedgetrainde soldaat, die kan afzien, die zich richt op de overwinning en de erekrans, en die niet zit te piepen.
Paulus noemt ook de topsporter en de boer. Wij hier vanmorgen hebben genoeg aan de vergelijking met de soldaat. Natuurlijk kiezen we dat op deze plaats, want het raakt de oorsprong van de Knobbelgemeenschap die toch in de militaire sfeer is ontstaan. In de kranten lazen we hoe het bestuur het heeft verwoord: in 1890 begon het op ’t Harde als een eenvoudige voorziening, op de harde grond in de wildernis. Er moest een kerkelijk leven en ook ontspanning komen voor de soldaten, die ver van huis in een Gelders heidegebied zaten zonder faciliteiten. Zo is het toen gegaan. Bij alle veranderingen zijn er steeds soldaten opgeleid in het Artillerie Schietkamp (ASK) ’t Harde bij de Legerplaats Oldebroek, zoals het heet. Nog regelmatig is het wapengeluid te horen en meer dan eens zijn de wegen door de Dellen bij schietoefeningen afgesloten. En nu er weer nieuwe aandacht voor defensie is, door de oplopende spanning in de wereld en de dreiging van het kwaad, blijkt temeer dat we goed getrainde militairen moeten hebben. Hebben we hier defensiemensen vanmorgen? De meesten van ons zijn het van huis uit niet. Maar iets van dat geestelijke huis dat we daarnet schetsten uit die oude PMT-gemeenschap leeft nog steeds in de boezem van de Knobbelgemeente, laagdrempelig en op Christus wijzend, ook als het leven guur is.
Het gaat in de tekst om maar één ding: de soldaat moet doen wat hem is opgedragen en hij vertrouwt zijn bevelhebber. Hij heeft discipline en laat zich niet afleiden door verleidingen. Hij trapt niet in de valkuilen die links of rechts voor hem gegraven worden. Een soldaat is gericht op zijn doel. Anders gezegd: Verwaarloos je christen-zijn niet. Je hebt vast veel te doen, maar laat je niet afleiden van het ene nodige. Jouw God heeft je iets gegeven om voor te gaan: Zijn genade in Jezus Christus. Je eerste verantwoordelijkheid ligt bij de roeping van de Here. Het levert je de tevredenheid van je Meerdere op. Wees een goed soldaat van Christus. Leef uit Gods Woord.
Dan denken we aan de goede strijd van het geloof, de strijd tegen het kwade, ook in jezelf. We kennen de verzuchting van Paulus: als ik het goede wil doen, is het kwade mij nabij; er vecht steeds een vleselijke kracht in mijn binnenste tegen de wet van God. Strijd en inspanning, tegenslag en verdrukking, ze horen bij de navolging van Christus. Daarom zullen we de geestelijke wapenrusting (Efeziërs 6) aandoen, en oefenen in bekering. Er is het leger des heils, waarin we met anderen gesterkt worden. Zo dadelijk zingen we het lied ‘Voorwaarts Christenstrijders, drukt uws Konings spoor’.
Wie in Jezus gelooft, wordt soldaat in het leger van de hemelse Koning. Toewijding, gehoorzaamheid en overgave. Lang niet altijd worden de dingen je in dank afgenomen. In de strijd zullen we klappen oplopen, met vijandschap te maken hebben, met hevige tegenwerking. Maar dat is geen reden om op te geven. Wees sterk in de genade van Christus Jezus. Het is niet bedoeld om je op te jagen, maar het is tot bemoediging gezegd. De Here Jezus die ons aanwerft is de Overste en de Leidsman van het geloof. Het is Zijn appèl dat jou je plek doet innemen en de blik doet richten op Hem. Jezus zelf heeft de grote strijd alleen gestreden. We hebben pas Goede Vrijdag en Pasen beleefd, wat een strijd voor Hem. Kijk maar hoe moeilijk de weg was die Hij ging. Onbegrip, afwijzing, eenzaamheid, in de steek gelaten worden, lijden. Maar Jezus ging de weg van Zijn Vader in volle gehoorzaamheid. In de door Hem volbrachte opdracht zit ons heil. De zonde is verzoend. De dood is overwonnen. De macht van satan is gebroken. Hij is Triomfator. Hij brengt leven. Maar het Koninkrijk is nog niet in zijn volle rijkdom doorgebroken. Wij zijn mensen die in de tussentijd leven, tussen Pasen en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat vergt nu een attente soldatenhouding. Wat ons helpt is het diepe besef dat Jezus leeft, en dat ons leven in Zijn handen ligt, en dat Hij over ons waakt. Daarom: ‘houd in gedachten dat Jezus uit de doden is opgewekt’. Hij leeft en Hij geeft ook kracht aan jou.
Ik heb deze dingen vanmorgen opnieuw gezegd en misschien denkt u wel: dat wist ik al, Jezus Christus ken ik al. Maar dan komt de vraag: herken je ook het enthousiasme van Paulus? En de intensiteit van zijn toewijding? Zijn bereidheid om offers te brengen? Ík moet deze boodschap elke keer weer horen. En Paulus vertelt het mij en zoveel anderen ook dat Jezus Christus mijn enige redder is. Dat het leven alleen de moeite waard is, als ik Hem ken. Dat ik niet in de dood eindig, als ik mij aan Hem verbind. Dat is geen theoretisch model. Dat is het leven. Wees sterk door de genade van Jezus Christus. Het gaat over Jezus, de gekruisigde en opgestane Here die heel dicht bij je is. Houd steeds in gedachtenis dat Hij uit de doden is opgewekt door de macht van de Vader, dus blijf altijd denken vanuit de andere kant, vanuit God, die heilsdaden doet en jou energie geeft.
Dat is het eenvoudige evangelische geloof dat toegankelijk, warm en gunnend ook in de Knobbeldiensten wordt verkondigd. Christus is beslissend voor leven en dood. In het vrije en verrassende Woord van God zul je steeds weer nieuwe wijsheid en spirit en kracht ontdekken, voor jezelf en voor de wereld. Dat is niet saai, het motiveert je om je dienstwerk te kennen en als een soldaat de wapenrusting te gebruiken. De Here zelf is trouw. Met Hem kun je verder. Dat is de bemoediging in het geloof waarmee we ook in de vrolijk-orthodoxe Knobbelgemeente verder kunnen, zolang God het ons geeft. Kleine kracht, maar toch!
Wat bindt mij aan hier? Ik werd dominee in Heerde in een grote volkskerk, in 1982. Er kwam een telefoontje: komt u ook op de Knobbel preken? Die band is dus altijd gebleven, decennialang, ook vanuit mijn volgende gemeenten. Op de Knobbel, daar op de bult aan de doorgaande weg, zat je echt op een A-locatie met grote toeloop. Baretje op bij het binnenkomen, dienstdoen in toga en tijdens de preek leunen tegen de jukebox achter je en dat ding ging per ongeluk aan, ziet u het voor zich? De heer Krijgsman, een westerling, zat daar in het bestuur en regelde het, zijn hondje kwam altijd mee naar de dienst, en Van der Hulst sr. speelde op het orgel. En Jan Knikker uit Oldebroek, de helper, die later de koster en de enige regelaar was, hondstrouw; hij kon het alleen wel af, als ze maar deden wat hij zei. Na sluiting van het PMT verhuisden de Knobbeldiensten naar het ‘Poshuis’; de verschaalde lucht van drank en rook van de voorafgaande zaterdagavond hing nog in het gebouw. En toen multifunctioneel ‘Aperloo’ klaar was, kwamen de diensten hier, eerst beneden en vervolgens boven.
Vooral de tijd op de Knobbel, daar denk ik nu even aan. Samen met juffrouw Van de Koppel, haar huisverzorgster, kwam daar ook mevrouw Van Lawick van Pabst, geboren Doude van Troostwijk, ze was dame du palais van Prinses Wilhelmina op Het Loo geweest, haar man, militair, was in de oorlog de adjudant van de Koningin in Londen. Mw. Van Pabst, ze is bijna honderd geworden, woonde in het landhuis ‘Kolthoorn’ in Heerde, ’t viel onder mijn pastoraat en ze had ook iets vorstelijks. Rond haar verjaardag werd je ontvangen, dan zei ze wat je uit de Bijbel moest lezen en vooral dat je een goed gebed moest doen. Nu noem ik ook Majoor De Jonge, een duidelijk mens, hier van de kazerne. Hij belde me een keer op, er was iemand van het burgerpersoneel op de legerplaats gestorven. Hij kwam naar Heerde om met mij bij de vrouw de dood van haar man aan te zeggen. Het verschil tussen het militaire en het geestelijke heb ik toen wel geproefd. De Jonge vatte die tekst van vanmorgen over de soldaat van Christus wel heel letterlijk op: ‘niet huilen, vrouwtje, niet huilen, sterk zijn’, en hij schudde aan haar schouder. Toen we weggingen, zei hij tegen me: ‘en jij krijgt er werk mee’. Dat zijn zo enkele dingen die bij me boven komen. En er zullen vast meer anekdotes zijn die door Knobbelgangers worden bewaard.
Terug naar Timotheüs, die door Paulus zijn kind in het geloof en zijn geliefde zoon wordt genoemd. Hoe verschillend die twee ook zijn, het geloof in Christus bindt hen samen en hun zendingsbediening houdt hen bij elkaar. Want Paulus besefte als geen ander: je kunt het nooit alleen af. Je hebt elkaar nodig, samen trek je op in het heilsleger, je hebt de talenten van de ander ook nodig om van jouw kant de grote opdracht aan te vatten. En daarom is het zo belangrijk dat ook wij onze van God ontvangen gaven en talenten inzetten en saamhorig blijven, onder het werk van de Geest. Zo kom je als mens tot je bestemming, zo wordt God geëerd en wordt Gods Koninkrijk gebouwd. Daarom: wees sterk in de genade van Christus Jezus.
Voegt u, broeders, zusters, bij ’t gelukkig volk,
mengt uw stem met d’ onze, weest van vreugd een tolk.
Glorie, lof en ere tot de Vorst van ’t al
zingen mensen, eng’len door het gans heelal.
Voorwaarts, christenstrijders, drukt uws Konings spoor;
met Zijn heil'ge kruisvaan gaat ons Jezus voor.
Amen.